Kom alles te weten over de beweging van je voeten wanneer je hardloopt.
Waarschijnlijk heb je nooit geanalyseerd hoe je precies loopt, maar wist je dat een complete pas onder te verdelen is in een aantal bewegingen of fasen? Samen vormen deze componenten de loopcyclus. De loopcyclus beschrijft hoe mensen lopen en rennen – met andere woorden: hoe we bewegen. Als je een idee hebt van hoe de loopcyclus in elkaar zit, helpt dit bij het kiezen van de juiste hardloopschoenen. Het maakt het ook makkelijker om verschillende pronatiepatronen te begrijpen. Meer hierover vind je in het artikel Wat is pronatie?
Contact- en Zwaaifase
Een volledige loopcyclus begint wanneer een voet contact maakt met de grond, en eindigt wanneer dezelfde voet opnieuw contact maakt met de grond. De cyclus bestaat uit twee fasen:
- Contactfase, waarin (een deel van) de voet de grond raakt;
- Zwaaifase, waarin diezelfde voet de grond niet raakt.
De contactfase is de belangrijkste fase omdat dan het volledige lichaamsgewicht op één voet en been rust. Deze fase wordt weer in drie stadia onderverdeeld:
- Landingsfase;
- Standfase;
- Afzetfase.
Laten we de fasen van de loopcyclus eens wat beter bekijken. In de animatie hieronder zie je de loopcyclus van het rechterbeen.
1. Contactfase: Landingsfase
Tijdens deze fase landt de voet op de grond. Dit is de dempingsfase van de loopcyclus. De knie buigt net voordat de voet de grond raakt en de voet proneert (draait naar binnen). Hierdoor fungeren voet en been als schokbrekers. De voet moet op dit moment behoorlijk flexibel zijn om oneffenheden van het terrein te kunnen opvangen.
De landingsfase begint dus met het contact maken met de grond; meestal eerst met de hiel. Het eindigt wanneer de voorvoet contact maakt met de grond. Dit moment wordt 'foot flat' (voet plat) genoemd en markeert het begin van de standfase.
2. Contactfase: Standfase
Tijdens de standfase zorgt de voet samen met het been voor een stabiele brug zodat het lichaamsgewicht eroverheen verplaatst kan worden. In dit stadium mag de voet niet meer proneren. Proneert de voet nog wel dan betekent dit dat er teveel beweeglijkheid en instabiliteit is.
De standfase, ook wel de 'single support phase' (enkele steunfase) genaamd, is het moment waarop de andere voet in de zwaaifase zit, en het hele lichaamsgewicht door één been gedragen wordt. Het onderbeen is in deze fase dan ook bijzonder vatbaar voor blessures.
Door het lichaamsgewicht wordt de voetboog afgevlakt. Gelukkig zijn onze voeten zodanig gebouwd dat ze bestand zijn tegen excessieve afvlakking. De belangrijkste structuur die hieraan bijdraagt is de plantar fascia, een peesplaat die onder in de voet van de tenen naar het hielbot loopt.
3. Contactfase: Afzetfase
Het laatste stadium van de contactfase is het afzetten. Dit begint op het moment dat de hiel van de grond komt. Zodra de grote teen zich naar boven beweegt (dorsiflexie) komt het windlass mechanisme in actie, waardoor de plantar fascia aanspant en de voetboog omhoog komt. Dit mechanisme is erg belangrijk omdat het de voet als een efficiënte hefboom laat fungeren.
Tijdens de afzetfase hoort de voet gesupineerd (naar buiten gedraaid) te zijn, zodat de middenvoetsbeentjes tegen elkaar steunen en een stevige eenheid vormen die sterk genoeg is om het lichaamsgewicht te kunnen voortstuwen. Als het windlass mechanisme vertraagd is (zoals bij een niet goed pronerende voet) of belemmerd wordt door ongeschikte schoenen, zal de voet tijdens het stadium van late stand- en afzetfase niet goed functioneren. Dit resulteert in een verhoogde blessurekans.
4. Zwaaifase
De zwaaifase start wanneer de teen van de grond afkomt en eindigt net voordat de voet weer contact met de grond maakt, waarna er weer een nieuwe loopcyclus begint. Deze fase is van belang omdat het voet en been voorbereidt op hielcontact met de grond, en met de volgende contactfase.

